Coronastrategie
Het kabinet heeft op 1 april 2022 de langetermijnstrategie COVID-19 naar de Tweede Kamer gestuurd. De strategie richt zich op twee gelijkwaardige doelen: sociaal-maatschappelijke en economische continuïteit en vitaliteit (open blijven!) en toegankelijkheid van de hele zorgketen voor iedereen. Hierbij gaat het kabinet uit van een gedeelde verantwoordelijkheid: de hele maatschappij draagt bij aan de uitwerking en uitvoering van de strategie. Daar wordt ook met de cultuursector en de taskforce over gesproken. Een hele concrete aanpak voor komende herfst en winter is er nog niet. Wel vier scenario’s, er volgen nog twee brieven: Pandemische paraatheid (nieuwe pandemieën, dit voorjaar) en de brief nadere uitwerking Lange termijn Aanpak COVID-19 (juni). Nog geen zekerheid dus, en best reden tot zorg: veel verantwoordelijkheid komt bij de sector te liggen. Zo noemt het kabinet in de schematische weergave scenarios verplaatsen van activiteiten een optie. We zien nu hoe ontregelend al die verplaatsingen zijn. Lees hier de kamerbrief en bijlagen over de langetermijnaanpak covid-19.

Testen
Ook voor het testen bij klachten komt de verantwoordelijkheid meer bij mensen zelf te liggen. Vanaf 11 april hoef je na een positieve zelftest niet meer naar de GGD voor een PCR-test. Wel blijf je thuis na een positieve test. Overigens blijft het voorlopig nog steeds mogelijk om te testen bij de GGD, dit kan bijvoorbeeld nodig zijn om te reizen. Zie ook dit korte overzicht van de huidige maatregelen.

Toekomst coronasteun
Met het presenteren van de coronastrategie is op 1 april ook de brief over de toekomst van coronasteun gepresenteerd. Ook hier legt de overheid de bal vooral bij de samenleving, corona als regulier ondernemingsrisico. Het kabinet constateert dat steun niet altijd goed terecht komt (helemaal juist), maar heeft het vervolgens alleen over ontvangen steun waar het eigenlijk niet nodig was. Het gaat niet over de situatie waar steun juist wel nodig was, maar niet is verleend.
Alleen bij volledige en langdurige sluiting in scenario 4 (worst case-scenario) wil de Rijksoverheid nog gerichte specifieke steun overwegen, verder niet. Uitvoerbaarheid blijft een punt voor de overheid bij meer maatwerk en sectorale afbakeningen. Voorbeelden van gerichte steun die het kabinet laat onderzoeken om op de middellange termijn steun af te bakenen op sectoren of activiteiten zijn sectorale steunregelingen, een garantiefonds en een verzekeringsinstrument. Dit is het haakje en de opening voor de culturele sector. Het kabinet verwacht in de loop van de zomer de Kamer over de eerste onderzoeksresultaten te kunnen informeren. Lees de Kamerbrief langetermijnvisie coronasteun van het kabinet.

Coronasteun nu
Met het oog op het nog te voeren debat over het vijfde steunpakket blijven wij zelf én met de taskforce pleiten voor coronacompensatie (vangnetregeling) voor werkenden. Daarnaast proberen we cultuur op de agenda te krijgen en houden in gemeenten. Momenteel wordt door partijen onderhandeld over nieuwe besturen nu de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen vast staan.

Concept Nederlands Herstelplan voor EU-fonds gereed
Het kabinet heeft op 28 maart 2022 een eerste concept van het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin zijn bijna veertig plannen voor hervormingen en investeringen opgenomen, maar niet voor de culturele en creatieve sector. De aanbeveling van het Europees parlement om 2%. Op basis van de inbreng van de Tweede Kamer, de consultatie van de belanghebbenden, en de dialoog met de Europese Commissie zal er de komende maanden gewerkt worden aan het opstellen van een finaal plan. Heel kansrijk wordt de lobby om die 2% er alsnog in te krijgen niet, het kabinet heeft vooral maatregelen uit het coalitieakkoord in het plan gestopt, politiek is er dus al veel afgestemd. Schandalig is het wel natuurlijk dat Nederland geen Europees corona herstelgeld in de zwaar getroffen cultuursector investeert.

ZZP de dupe in concept Nederlands Herstelplan
Doelstellingen van Europa voor Nederland zijn de sociale effecten van de crisis beperken en adequate sociale bescherming van zelfstandigen stimuleren en schijnzelfstandigheid aanpakken. Als maatregel treft het kabinet vooral zzp’ers door de in het kabinet Rutte IV afgesproken vergaande bezuiniging op de zelfstandigenaftrek: 1,6 miljard structureel, de aftrek gaat van €7.280 in 2019 naar €1.200 in 2030.
Ondertussen laat het kabinet het juiste middel om schijnzelfstandigheid aan te pakken, handhaving, lopen. De Rekenkamer legt de vinger op de zere plek: “de aanpak door de Belastingdienst van schijnzelfstandigheid bij de inhuur van vakmensen in allerlei bedrijfssectoren komt niet van de grond. De Belastingdienst corrigeert steeds minder bij de inhuur van zelfstandigen. De pakkans op schijnzelfstandigheid is laag.” Lees hier het rapport 'gebrek aan focus op handhaving belastingdienst bij schijnzelfstandigheid' van de Algemene Rekenkamer.